04 feb 2019

Klimaatbeleid for dummies

10 tips van een Schepen

‘Stop pollution, we need a solution!’ of ‘Tijd dat politici iets doen.’ Het is in 2019 een wekelijks fenomeen, tienduizenden mensen die wekelijks in de Wetstraat hun keel schor schreeuwen. De kloof tussen hun woord en de politieke daad is gigantisch groot, maar ondertussen zijn er ministers die zich zelfs met zoveel antistemmen blijkbaar gesterkt voelen in hun beleid. Ik voel mij anders wel aangesproken als één van die “politiekers”. Als een klimaatschepen in een kleine stad tussen hamer en aambeeld. Zes jaar lang, en net vertrokken voor nog eens zes, probeer ik de Vlaamse klimaatkafka uit te leggen aan onze inwoners. Bedrijfswagens vergroenen? In Europa eens gaan babbelen over een toelage op vliegtuigtickets? Ballonnetjes, gevuld met in het buitenland gekochte schone lucht.

Het verschil met wat wij in Eeklo de laatste jaren gedaan kregen, kan niet groter zijn. De voorbije zes jaar was ik er schepen voor Ruimtelijke Ordening, Duurzaamheid en Stadsvernieuwing. Het idee dat al die maatregelen de overheid veel moet kosten of voor de rijkere middenklasse zou zijn, klopt al helemaal niet. Eeklo is niet de rijkste stad van Vlaanderen en toch zullen we vanaf dit jaar meer elektriciteit opwekken (164GWh) dan we zelf verbruiken (123GWh). De Belgische bedanking voor deze prestatie? De helft van onze stad is opgenomen in schijf 6 van het afschakelplan en dus eerste in lijn om zonder stroom te vallen.

Maar we zijn niet rancuneus en ik bied de collega’s van de Vlaamse regering vriendelijk 10 tips aan die lokale besturen de hefbomen moeten geven om de gezette doelstellingen te halen. Ik bied ze kosteloos aan, net zoals ze ook niets kosten voor mensen die het al moeilijk hebben.
 

1. Tel het eigen aandeel groene energie mee voor het afschakelplan

We zitten met een absurde situatie die het draagvlak voor windenergie niet bepaald versterkt. Eeklo telt één turbine per 900 inwoners en toch moeten we onze inwoners uitleggen dat ook zij deze winter misschien even zonder elektriciteit vallen, omdat er elders een paar oude kerncentrales niet werken. Breng die eigen inbreng in rekening. Straks moet ik ook nog uitleggen dat er in Eeklo windmolens worden stilgelegd terwijl men ergens oude straalmotoren aankoppelt.

2. Schep een ruimtelijk kader en laat omwonenden rechtstreeks participeren

Voor onze 22 windturbines waren er amper een handvol bezwaren. Terwijl in Vlaanderen 70 procent van de aanvragen in procedures verzandt. Hoe? Wij gaven zekerheid over waar turbines kunnen komen en waar niet. We laten naast de ontwikkelaar en de grondeigenaar ook de omwonenden een stukje delen in de winst.
De provincie Oost-Vlaanderen deed dit ook. Alleen al de voorwaarden van een lokaal unaniem draagvlak koppelen aan omgevingsvergunningen zou een grote stap vooruit zijn. In de praktijk gebeurt nu het omgekeerde, zoals in een naburige gemeente waar de minister zomaar beslist om zes windturbines te zetten zonder voorwaarden. Het is omdat de Vlaamse Regering via het Vrijstellingsbesluit in 2008 alle landbouwgronden heeft opengesteld dat alle draagvlak voor windenergie verdwijnt. De wet van de jungle nam het over, ten koste van de Vlaming.

3. Laat sociale huisvestingsmaatschappijen de energieprijs verrekenen in de huurprijs

Alle sociale woningen moéten aan de minimumnorm voldoen. Ook daar ligt nog een hoop werk op de plank. Een energiecorrectie op de huurprijs zou een win-win kunnen betekenen voor zowel sociale huisvestingsmaatschappijen als de bewoners. De huizen die de norm halen betalen het standaardtarief. Bij woningen met slechte energieprestaties wordt de huurprijs naar onderen aangepast.
Sociale huisvestingsmaatschappijen krijgen zo een extra motivatie om sneller te renoveren. Ook voor maatschappijen die een stapje verder - naar energieneutraal of zelfs energieplus - willen gaan, met zonneboilers, zonnepanelen, warmtepompen, wordt het zo een economisch verantwoorde investering indien ze de helft van de winst op de energiefactuur kunnen aanrekenen. De andere helft is een directe winst voor de bewoner. Dit zou een perfecte win win kunnen zijn.

4. Laat groepen burgers de productie van groene stroom achter het EAN-nummer van de wijk verzamelen

Ons elektriciteitsnet is verouderd en te weinig flexibel om de grillige decentrale productie van elektriciteit bijvoorbeeld uit zonnepanelen vanaf elke individuele woning aan te kunnen. Daarom betaalt iedereen die elektriciteit op het net steekt hierop een bepaalde tarief om dit af te raden, 'de prosumententarief'. De grootste winst op zonnepanelen komt met andere woorden vooral uit de elektriciteit die je zelf gebruikt. Dus als je jouw overschot eerst met jouw buren zou kunnen delen vooraleer op het groter elektriciteitsnet te steken vergroot zowel het rendement, maar ook de schaal waarop je zou kunnen produceren. Omdat verschillende huishoudens op verschillende momenten elektriciteit nodig hebben deel je daarenboven ook de piekmomenten met meerdere. Efficiënt dus. Bedrijven met verschillende gebouwen op één perceel kunnen dit wel al. Dus waarom ook groepen burgers de productie niet laten verzamelen? Meer nog, burgers die zich collectief organiseren zouden ook onderling drempels voor dergelijke investeringen kunnen wegwerken. Want soms heeft iemand wel geld, maar een slechtgelegen dak. Of omgekeerd. Gewoon door toe te laten dat buren die dat willen zich met elkaar kunnen verbinden werk je belangrijke drempels weg, en geef je meer mensen toegang tot elektriciteit aan productiekost. Elke wijk heeft ook haar eigen een EAN-nummer en teller dus dit zou nu al perfect kunnen. Iedereen blijft ook zijn deel van het prosumententarief betalen, maar dan op wijkniveau. En wie weet, op termijn kan die wijk met de winst zelf ook een batterij kopen.

5. Regulariseer zonevreemde bossen

Wat een schepen écht niet kan uitleggen? De vele bossen die in en rond steden worden gerooid. Een braakliggend perceel bouwgrond waar in de loop der jaren spontaan een bos is ontstaan, kan zonder pardon verdwijnen. Het aanreiken van een oplossing, via een boskaart, hield in deze regering welgeteld één dag stand.
Of reken op z’n minst alle ecosysteemdiensten (zuivere lucht, verkoeling, opname van water, enz.) mee in de prijs voor het rooien van bomen. Dat scheelt een slok op de borrel. Een boom heeft toch meer functies dan gewoon gekapt te worden? Voor de jaarlijkse kaalkap langs de snelwegen is er ook een alternatief!

6. Beplant de grondreserves (bv. van AWV) of schakel ze in als zonnevelden

Ik versta de logica en wil dus zeker niemand met de vinger wijzen want het is een gevolg van de manier waarop we ons politiek organiseren. Elk agentschap, elke overheid heeft haar afgelijnd budget en iedereen maximaliseert zijn budgethouderschap. Hoe harder de besparingsvraag, des te meer men de marges scherper maakt en des te meer elk agentschap met haar opdracht bij de toewijs van budgetten met elkaar in concurrentie komt. Zo staat groenonderhoud bij de één onder exploitatiekosten, en bij de ander staat het in het investeringsbudget. Samen streven naar maatschappelijk meerwaarde? Daarvoor is een samenwerkingsverband nodig. Maar geld van de ene overheid naar de ander is wat ze met boerenverstand een vestzak-broekzak-operatie noemen. De jaarlijkse kap langs de snelwegen valt natuurlijk het meeste op, maar het probleem is veel hardnekkiger. De ene overheid doet er alles aan om geen boscompensatie te moeten betalen aan de andere en verhindert spontane bosgroei. Of overheden verkopen historische gronden liever op de markt aan de hoogste bieder dan ze onderling in beheer te geven. 

7. Belast warmteverlies in plaats van groene stroomcertificaten uit te delen.

In Eeklo blaast een afvalintercommunale al jaren gratis restwarmte de lucht in. In totaal goed voor een gasequivalent van 10.000.000 m³, of 32.000 ton CO², elk jaar opnieuw. Toegegeven, de afvalverbrandingscentral doet wel al grote inspanningen en levert nu al elektriciteit voor een 14.000 gezinnen. Maar dat neemt niet weg dat ze daarnaast jaarlijks wel nog altijd evenveel warmte wegblazen als 3400 keer de wereld rondrijden in een autootje. Ideaal dus voor een warmtenet. Met die warmte zou je onze volledige stad kunnen verwarmen. En hoewel één kilometer warmtenet buis tussen de 750.000 euro en 1 miljoen euro kost betalen alle Eeklonaren samen jaarlijks een totaal van 40 miljoen voor alle gasrekeningen. Een mooie winst, maar tegelijk een kost die veel malen groter is dan ons stedelijk investeringsbudget. Daarom schreven we dit neer in een opdracht, een concessie waarin we de bouw van een warmtenet op gans ons ganse grondgebied omschreven. We gingen hiermee de markt op om te gaan kijken wie hiervoor geïnteresseerd zou zijn. Wat op zich al ook uniek en bijzonder complex is. Want door het uitblijven van een Vlaams kader blijven warmtenetten beperkt tot nieuwbouwprojecten en een uitzonderlijke aarzelende uitbreiding van een historisch net. Na 2 jaar slagen we er in om dit juridisch kader rond te krijgen (hoewel dit eigenlijk best ook een taak van de Regering zou kunnen zijn) bereiken we een akkoord. Maar dan die anders verloren warmte plots een waarde én vinden sommigen dat hiervoor moet betaald worden. Het voorstel om de warmte en mogelijke interne kosten als aandelen in te brengen ligt nu voor. In Denemarken pakken ze dat omgekeerd en succesvoller aan. Daar worden afvalcentrales belast op hun warmteverlies waardoor het net een stimulans wordt om de warmte zo optimaal mogelijk te gebruiken. 

8. Verlaag de vergoeding voor planschade in de plaats van ze te verhogen.

Is de olifant in de kamer niet de gesubsidieerde baksteen in de maag? Het huisje-tuintje-boompje-ideaal houdt, na generaties ruimtelijke laissez-faire, nog steeds stand. Niemand heeft de moed om hier acties als een betonstop aan te koppelen. Dat heeft gevolgen. Iedereen weet dat ‘zachte’ natuurlijke ruimte als airbag van het klimaat zal moeten dienen, bijvoorbeeld om hitte-eilandeffecten te vermijden, of om plotse stortbuien op te vangen en ons door langere periodes van droogte te helpen.
De Vlaamse regering verhoogde in 2017 de planschade van 80 naar 100 procent. Een bijzonder dure grap voor veel lokale besturen. Dit maakt het enorm duur om woonuitbreidingsgebied terug naar natuur om te zetten, en bijna onmogelijk om nieuwe natuur te ontwikkelen. Het kan toch niet dat een deel van een generatie slapend rijk is geworden door te speculeren op grond die verandert van bestemming (bijvoorbeeld naar woon- of woonuitbreidingsgebied), en dat de lokale besturen daarvoor moeten opdraaien?

9. Belast onbebouwde percelen in woongebied

Op die manier wordt de druk op de overgebleven open ruimte verlicht. Op dit moment schuift een versnipperd Vlaanderen dat heet hangijzer liever naar politiek-suïcidale schepenen. Voor geen enkel lokaal bestuur een cadeau.

10. Verstreng de Codextrein die de bouwvoorwaarden bepaalt

Enig idee hoe dankbaar en handig de huidige watertoets is voor een schepen van Stedenbouw om aan mensen uit te leggen dat ze hun perceel niet helemaal mogen betonneren? Of dat hun oprit waterdoorlatend moet zijn? Lokaal budget krijgen voor onthardingsprojecten, of op een buurtvergadering pleiten voor een groene berm ten nadele van een overtollig voetpad, het is spitsroedelopen. Dan zwijg ik nog over de toegenomen druk op de milieudiensten na de hervorming van de omgevingsvergunning.
Lokale handhaving is in kleine gemeentes vaak facultatief en staat wegens toch o zo populair onderaan de prioriteitenladder. Zie het zoals bij de andere tips, hoe hoger Vlaanderen de lat legt, des te ambitieuzer lokale overheden kunnen reiken..

 

Bob D'Haeseleer

Schepen van Ruimtelijke Ordening, Omgeving, Stadsvernieuwing en Duurzaamheid